3 augustus 2011 GR130 Roesbrugge
– Diksmuide
Omer
Na de twee Gr-routes in juli en augustus verleden jaar die ons van aan de bron van de Ijzer tot aan de Belgische grens brachten, willen we vandaag een derde luik breien aan de vierdaagse van de Ijzer, geprogrammeerd in vier episodes door de Patrick, GR-verantwoordelijke van W.S.V. EGMONT. Het traject loopt van de grensgemeente Roesbrugge tot de frontstad van de eerste W.O., Diksmuide. Omdat het grensdorpje moeilijk te bereiken is met het openbaar vervoer wordt een bus gecharterd van de firma “Bus 4 You”. Om 7u30 vertrekt bestuurster Kathleen met een op één na, vol bezette autocar richting Frankrijk. Iemand heeft zich op het laatste moment ziek gemeld voor een dag, een ziekenbriefje van de dokter is toch niet meer nodig.
Gids Patrick heeft deze morgen voor het vertrek, de eerste Gr-Ijzertocht van verleden jaar nog in gedachte, de buienlijn op internet geraadpleegd en deelt ons mee dat het in Parijs regent. Zij die de tocht op “le quatorze juillet 2010” hebben meegemaakt weten wat dat betekent. Voorlopig is het nog rustig en droog weer, maar eenmaal in West-Vlaanderen maken we reeds kennis met de uit Frankrijk voorspelde buienlijn. Voor we het hart van het hoppeland Poperinge binnen rijden, wijst Kathleen ons het park Couthof aan, waar het stulpje van Mathildes nonkel Henri staat opgetrokken.
Het
is 9u15 als de dochter van het klompenfabriek haar passagiers afzet op het punt
waar de vorige ijzerGR-tocht stopte, aan de Ijzerbrug in Roesbrugge. Deze grote
route werd intussen gewijzigd in GR 130 en loopt hier over een gemeenschappelijk
traject met de GR 5A tot Stavele. Het menselijk lint vertrekt links van de
rivier, stroomafwaarts op een door de onstabiele ondergrond, gescheurd asfalt
pad. Het is zacht weer en er vallen nog enkele druppels regen die ons echter
weinig deren, maar wel voor afkoeling zorgen. We bevinden ons in de open vlakte
van “Bachten de Kupe” en de Westhoek, die in de eerste W.O. gedeeltelijk onder
water werd gezet en zodoende een onoverkomelijke hindernis vormde tussen de
Belgische en de Duitse strijders. Nu is het een oase van rust, midden in een
prachtige natuur met uitgestrekte weilanden en hooilanden met weidse uitzichten.
Blikvanger, in de verte links, is het kerkje van Beveren aan de Ijzer met een
merkwaardig torentje en een gerestaureerde windmolen. Door onze passage door dit
stiltegebied wordt de fauna er wel opgeschrikt. Een reiger die op een
brugleuning naar een eetbare hap speurt in het water, ziet plots zijn plan
gedwarsboomd en verwijdert zich tijdelijk. Een fazanthaan maakt zich ijlings uit
de voeten alsof hij zich betrapt voelt in een vreemd nest en in een nabije weide
kiest een konijntje het hazenpad. Een kudde schapen kiest voor de vlucht vooruit
tot ze zich veiliger voelen op een bredere graasstrook, angstig het wandelpad
rijkelijk bestrooiend met keutels, als om ons te treiteren. Na het oversteken
van een aantal bruggetjes over grachten en kreken die in de Ijzer uitmonden,
bereiken we de Gr-boom aan de Stavelebrug waar een eerste maal halt wordt
gehouden voor een natje en een droogje en eventueel een plasje. Aan de overkant
van de Ijzer bevindt zich een merkwaardig eethuis, door een clubgenoot goed
gekend. Hijweet te vertellen dat men hier heerlijk Bourgondisch kan tafelen als
men wel tijdig reserveert. Het is geen gewoon restaurant, maar herberg-slagerij
uit vroeger jaren waar de klanten niet bediend worden aan tafel. Zij krijgen een
bord in de hand gestopt waarmee ze zich in de beenhouwerij mogen bedienen aan
een uitgebreid Breughelbuffet (van al wat eetbaar is aan een varken), groenten,
fruit en sauzen, en dit zonder beperking.
Na een korte rustpauze gaat de tocht verder langs het jaagpad met terug een aantal bruggetjes, tot aan de Elzendammebrug. Hier wijken we enkele honderden meters af van het parcours om een bezoek te brengen aan het Elsenhof om er onze” stutten” te verorberen en ze eventueel door te spoelen met een St Bernardus naar keuze (ABT 12, Prior 8 of een Pater 6.7 –uitvoerig op TV gepromoot door stadsgenoot J. Blaute en zijn Engelse compagnon R. Cokes). De prijzen zijn er democratisch.
Als we om 12u30 de tevreden uitbaters achterlaten, gaat de zon het gevecht aan met de bewolking en de regen en haalt het uiteindelijk. We vervolgen onze weg terug langs het jaagpad dat ons naar het dorp Reninge leidt, door poëtische bezoekers, en overgenomen door de toeristische dienst, de “Parel van de Westhoek” genoemd. In het gehucht Fintele komen we aan de gelijknamige sluis waar de Ijzer en de Lovaart Samenvloeien. Een sluiswachter heeft er al zijn mankracht nodig om de sluisdeuren open te draaien, dit keer niet om zoals zijn collega Karel Cogge (of was het Hendrik Geeraert) in W.O.I de polders onder water te zetten, maar om een plezierboot vrije doortocht te laten.
In een ver
verleden, voor er hier een sluizencomplex was, moesten, volgens de informatie
verstrekt in een toeristische brochure van de ge
meente
Lo-Reninge, de boten hier over een dam van de ene rivier naar de andere gesleept
worden bij middel van een windas met twee wielen. Aan deze wielen waren plankjes
bevestigd waarop de vrouwen van Fintele moesten trappen (hoeveel vrouwen er
nodig waren staat er niet in vermeld – ziet ge het nu nog gebeuren?). Het schip
werd met koorden aan de wielen verbonden en gleed dan over de weg door een met
vet ingesmeerde geul van de ene waterloop naar de andere.. De vaartuigen die op
die manier werden overgeheveld hadden een laadvermogen van 12 tot 15 ton en een
diepgang van slechts 50cm. In 1827 werd de eerste steen gelegd van het huidige
sassencomplex.
Van Fintele loopt het GR-traject verder door de Ijzerbroeken, een laaggelegen gebied van ruim 4000ha weiden en hooivelden die bij hoge waterstand onder water lopen. Huizen zijn hier schaars wegens overstromingsgevaar en de hoeven zijn gebouwd op kunstmatige verhogingen. Aan de overkant van de Ijzer bevindt zich het natuurgebied de Blankaart en het Spaarbekken dat een groot gedeelte van West-Vlaanderen van drinkwater voorziet.
Er wordt nog een korte plaspauze gehouden voor we het laatste gedeelte door de velden van de Kapelledorpjes, Nieuwkapelle, Oudekapelle en St Jacobskapelle aanvangen. De 85m hoge Ijzertoren met in kruisvorm de letters AVV-VVK, die de Ijzervlakte domineert, komt al vlug in zicht. Maar het duurt nog tot 16u voor we de stroom terug vervoegen en de bus op parking van het oorlogsgedenkteken bereiken. Uiteindelijk staat er 26 km op de teller en geen meter verloren gelopen (Bianca was er bij). Kathleen heeft de deuren op voorhand geopend om voor afkoeling van de autocar te zorgen maar de groep wil nog een uurtje respijt om het stof door te spoelen. De groep zwermt uit om de lokale middenstand te steunen. Er wordt weinig aandacht besteed aan het oorlogsmonument, gebouwd als hulde en eerherstel van de Vlaamse gesneuvelden 1914 -1918 en door de traditie van de Ijzerbedevaarten beschouwd als symbool van de Vlaamse ontvoogdingstrijd.
Om 17 u is iedereen op tijd om de terugtocht aan te vangen. Met een OKRA-repertorium wil Kathleen er de sfeer in brengen. Bianca heeft zich tijdelijk omgeschoold tot serveuse en brengt de christelijke deugd van barmhartigheid “de dorstigen laven” in praktijk tot de voorraad gerstenat is uitgeput.
Na deze heerlijke wandeldag in een prachtig natuurlandschap kijken we reeds uit naar het vierde en laatste gedeelte van de IjzerGR die plaats vindt op 14 september. Aangezien de verplaatsing met trein gebeurt, kan de dag (zoals gewoonlijk), een paar uurtjes langer duren.
(Ter informatie)
De eerste Ijzertoren was maar 50m hoog en werd ingehuldigd in 1930. In de nacht van 15/16 maart 946 werd hij gedynamiteerd. Een gerechtelijk onderzoek werd ingesteld en dertien verdachten werden voorgeleid, maar ruim tien jaar later door de Kamer van Inbeschuldiging te Gent buiten vervolging gesteld. De betrokkenheid van de ontmijningsdienst DOVO zou evenwel bewezen geacht zijn. Het monument werd in de periode 1952 - 1965 herbouwd, honderd meter achter de eerste. Met het puin van de eerste toren werd op de twee overgebleven torenschachten in 1948 het Kruis van Heldenhulde en de PAXpoort gebouwd. Op de toren staat aan de vier zijden van de monumentale voet te lezen Nooit meer oorlog, in de vier talen van de strijdende partijen van het westelijk front tijdens de eerste W.O.: Plus jamais de guerre, No more War, Nie wieder Krieg!!!