25-26 mei 2011 2-daagse GR 128 Maastricht - Aken
Patrick 
Het was eventjes bang afwachten de dagen voor de afreis naar Maastricht. Zouden de zomerse lente het nog enkele dagen volhouden of zou de trip letterlijk in het water vallen? We zijn gelukkig droog gebleven en dat droeg bij tot een geslaagde 2-daagse wandeltocht op de GR.
Kwart voor negen (wat ongewoon laat voor een GR-uitstap) vertrekt de trein richting het Nederlandse Maastricht via Brussel en Luik. Daar hebben we een half uurtje de tijd om het mooie vernieuwde station in al zijn glorie te bewonderen. Het is werkelijk een sterk staaltje architectuur dat wel een pak centen zal gekost hebben. Rond de middag zijn we ter plaatse en vooraleer de tocht aan te vatten spoelen we nog even de kelen. We zoeken de Sint-Servaasbrug op en daar vinden we de aanduidingen van het GR 128-pad, voor de gelegenheid in geel-rood omdat het pad daar samenloopt met het Nederlandse Krijtlandpad. We volgen geruime tijd de Maas voorbij het Bonnefantenmuseum, de Kennedybrug en het natuurpark Kleine Weerd. We verlaten kortstondig de stroom maar voorbij Oost-Maarland zoeken we die weer op om langs de oever naar Eijsden te trekken. In café Le Cramignon houden we efkes halt om niet uit te drogen want de zon is in volle ornaat aanwezig. Even later vereren we het kasteel van Eijsden met een bezoekje. Daarna trekken we definitief oostwaarts. Voorbij de grote moderne kerk van Mariadorp komen we op een aardeweg en krijgen we de eerste heuvels van het Mergelland onder de voeten. Wat verder ruilen we de geel-rode streepjes voor wit-rood en komen we terug op Vlaams grondgebied. Het eerste dorp is ’s Gravenvoeren. We houden er even halt vooraleer de Kinkenberg en de Snauwenberg te beklimmen. Hier zitten we op de rand van het grensoverschrijdende natuurreservaat Altenbroek. We flirten nog een momentje met de landsgrens alvorens we afzakken naar de jeugdherberg “De Veurs” in Sint-Martens-Voeren. We zijn daar niet alleen om de nacht door te brengen. De leerlingen van een school uit Aalst vragen zich verwonderd af wat een groep “oude” mensen nu in een jeugdherberg komt zoeken. Geen probleem voor ons echter want zij zullen vanavond in de bar geen concurrentie vormen. De lakens worden uitgedeeld (letterlijk), de kamers verdeeld en iedereen wil zich al vlug gaan verfrissen na de warme dag. Als avondmaal krijgen we na de soep een spaghetti aangeboden. Alhoewel de saus wat waterig is uitgevallen smaakt die voortreffelijk. Na het dessertje kunnen we allen samen nog wat nagenieten van de dag. De een al wat vroeger dan de ander zoekt dan het bed maar op want morgen belooft een zwaardere dag te worden en de TV-weerman belooft al wat nattigheid.
De Egmonters zijn zoals gewoonlijk al voor het afgesproken uur aan de ontbijttafel zodat het fruitsap nog niet geperst is. Gedurende het ontbijt maken we ook nog ons lunchpakket klaar. We smeren naar believen boterhammen met beleg en krijgen naast een brikje fruitsap en een flesje water ook nog een appel en een suikerwafel mee om onderweg niet zonder benzine te vallen. Kwart voor negen staan we met zijn allen terug bepakt en bezakt klaar voor de tweede etappe, een bergrit. Na de doortocht door het dorpscentrum begint het pad sterk te stijgen, onze eerste col. We lopen langs de rand van het Veursbos, waar de goederenspoorlijn onder de grond verdwijnt. Uit het bos dalen we af naar Teuven. Het is nog wat vroeg om nu al een pitstop in te lassen dus kiezen we maar voor een volgende klim naar het Bovenste Bos. Het is de zwaarste klim van de dag en dat verteert niet iedereen evengoed. Wat rust en suikers doen echter wonderen zodat we wat later België weer verlaten. Van hieruit zijn het opnieuw de geel-rode markeringen die ons de weg moeten wijzen. Dat gebeurt niet altijd even vlot. We missen een afslag en enkele vriendelijke inboorlingen tonen ons de goede richting. Een dalend pad door weiden en velden voert ons naar de Volmolen. Bij deze watermolen, waar vroeger o.a. vilt gemaakt werd, vallen we onze pick-nick aan. De wind steekt op en de lucht wordt dreigend als we ons weer in gang trekken voor een volgende beklimming naar het Vijlenerbos. Kilometers trekken we door dit bos maar niet getreurd, midden al dat groen is het boscafé “Het Hijgend Hert” neergeplant. Er is heel wat volk maar de plaatsen zijn voor ons gereserveerd. Na het verfrissende tussendoortje lopen we verder het bos door. Zo nu en dan dreigt er natter weer op komst maar de zon blijft de bovenhand halen. We komen het bos uit en in Wolfhaag vatten we een laatste zware klim aan. Zo bereiken we het Drielandenpunt op de grens van België, Nederland en Duitsland. Een mooi cafetaria en terras verleiden ons tot een volgende stop want er rest nog wat tijd. Er zijn ook frietjes en ijskreem te bekomen voor wie heel lang kan wachten, want de ober moet alles in zijn eentje zien klaar te spelen. We laten de frieten voor wat ze zijn en trekken Duitsland in. Langs de rand en door het Preuswald komen we op de Luikse Steenweg (Lütticher Strasse) aan de buitenrand van Aken. Wat straten verder vinden we de autobus geparkeerd nog voor de jeugdherberg van Aken. Op 5 minuutjes na van het afgesproken uur zijn we aan het einde van onze tocht. Die kroop in de kleren maar het mooie weer en het schitterende parcours laten alle ongemakken heel vlug vergeten. De busbar is al gauw in trek als we richting België rijden tot in Leuven waar het baanrestaurant duidelijk niet voorzien is op wat late hongerige reizigers. Toch kan iedereen binnen aanvaardbare tijd zijn buikje vullen en kunnen we op weg naar Zottegem, waar we om 20 u 45 blijgezind aankomen.
Iedereen is van mening dat dit voor herhaling vatbaar is. Het zal echter niet gemakkelijk zijn om zo’n prachtige tocht, zo’n verblijf en zo’n mooi weer te evenaren bij een eventuele volgende editie. Van mijn kant uit bedank ik iedere deelnemer voor het aangename gezelschap en de gezonde humor gedurende die 2 dagen.